Gerald Johan Van Waes
Renaldo & The Loaf
wandelen in het bos.
inspiratie en vrije associatie met poëzie en tekst
gebaseerd op het volledig muziekrepertoire van Renaldo & The Loaf,
maar specifiek ook in het biezonder bij "Songs for Swinging Larvae"
en Renaldo & The Loaf "play Struvé and Sneff".
dec 1999, jan 2000.
copyright Gerald Johan Van Waes 2004.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Inhoudstafel
Deel 0. 




-Oriëntatie voor een deel van de inspiratie.-
De Wijn
geïnspireerd op “Mondestrunken” letterlijk = “Maandronken” van Schönberg/Giraud
(uit "Pierrot Lunaire", poetische versie uit 1951)
Deel 1 




-Een globaal nogal surrealistisch beeld-
Op zoek in wormgaten
(-of : "op zoek naar de zin van wormgaten"-) 6,7 + 16,17 dec. 1999.
geïnspireerd op de liederen : /Absence, Fluorescent Showboat to Tangier, Brittle People, Is Guava a Donut ?, A Sob Song, Bearded Cats, A Critical Dance + Wilf in Builth, A Street Called Straight, Boule Boule !, Critical/Dance (allemaal van Renaldo & The Loaf, uit hun vier produkten).
Deel 2.


Geschreven op de ruggen van muggen


11 jan. 2000, geïnspireerd op de liederen uit "Songs for Swinging Larvae" (R & TL)
(/ = "Songs voor swingende larven):
De motor en de boot
inspiratie : Lime Jelly Grass.
(Een kleur extra)
inspiratie :A Medical Man.
(De wijn)
inspiratie :Bali Whine.
Reuzen en dwergen, (een visioen over een maatschappijbeeld)
inspiratie :Kinbolton Gnome Song.
(dagdroom)
inspiratie :N²O (going down).
Je was vergeten om de sleutel af te geven
inspiratie :BPM.
(Het oude portret)
inspiratie :Spratt’s Medium.
Er stond een paard in de gang
inspiratie :Honest Joe’s Indian.
De stervende vlieg en de schoen
inspiratie :Ow ! The Red Shoe.
De fluitende lamp en de blinkende klink
inspiratie :Bustle the burgoo.
De expresse expressie
inspiratie :Is Guava a donut ?
Iets om te wenen
inspiratie :A sob story.
Muziekdoosbootjes
inspiratie :Hatts off gentleman.
Een verbeelde reis
inspiratie :Renaldo’s trip to Venice.
De laatste nieuwe mode
inspiratie :Ted’s reverie.
Deel 3.
Struvé and Sneff vertellen verhaaltjes (,dertien op een rij)
geïnspireerd op de liederen van de LP Renaldo & The Loaf play Struvé and Sneff (R & TL).13 jan.2000
-
16 gaat naar 17
inspiratie :16 going on 17.
Bokaalgevoelens uiten zich in lokaalberedenaties
inspiratie :Absence.
Wafels in de lucht (,een visie over een in de toekomst gebruikt wiskundig patroon)
inspiratie :120 before zero.
Over scheve tanden
inspiratie :Of Bad Teeth (B.Brecht)
Mijn favoriete dingen
inspiratie :My favorite things
De spanning van een ketel van vuur dat wordt water
inspiratie :Metro Stomp.
(Waarom depressieven geen lieven kunnen dieven)
inspiratie :Scottish Shuffle.
De lekkernij
inspiratie :Fluorescent showboat to
-
(Een gedicht voor de professionele barkeeper)
inspiratie :Brittle People.
-.
Over het tuinkabouterritme en de bazarwinkelkarretjesmuziek
inspiratie :Kymbolton Gnome Song.
Per ongeluk een orakel in het bad
inspiratie :The bathroom Song.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Deel 0.
Vòòr mijn golf van inspiratie begon ik stilaan in de nodige concentratie te komen na het beluisteren van het lied van Arnold Schönberg, “Mondestrunken”, uit de cyclus “Pierrot Lunaire”, gepubliceerd in 1912, gebaseerd op de teksten van Albert Giraud van 1884, en dat bijvoorbeeld goed gerecicteerdgezongen was door Erika Stiedry-Wagner in 1951). Mijn vertaling naar het nederlands is eveneens bedoeld om eerst spontaan te "reciteerzingen", (in een sfeer van “ein Schauspiel”, bitte beobachten !) en dan om ‘ne keer gewoon zo voor te lezen, als opstapje voor de juiste oriëntatie.
"De wijn die men met zijn ogen drinkt
giet de maannacht vloeiend neder.
Een vloed overzwemt de kalme horizont.
Lusten, grauwzaam of zoet doorzwemmen
zonder einde deze vloed.
De wijn die men met zijn ogen drinkt
giet de maannacht vloeiend neder.
De dichter die zijn aandacht voert,
in de roes van heilige dranken ten hemel
gericht, zuigt en ontledigt deze wijn
die men met zijn ogen drinkt.
(vertaling,11 jan. 2000)
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Deel 1.
Dit deel is gebaseerd op een globale "image" die ik kreeg van Renaldo & The Loaf, na het beluisteren van hun gehele werk, en vooral oiv. bepaalde nummers. Het werd gebruikt voor een radioprogramma en het geheel werd achteraf gecompileerd tot slechts 1 tekst. De inspiererende nummers daarvoor waren : Absence, Fluorescent showboat to Tangier, Brittle People, Is guava a donut ?, a sob song, bearded cats, a critical dance + wilf in builth, a street called straight, boule boule ! en critical/dance, maar dit is niet de uiteindelijke volgorde). Dit eerste deel is het meest surrealistische.
PS. Ook al is de eerste tekst in verschillende delen geschreven werkt ze min of meer ook wel als geheel, en kan het grootste gedeelte gemakkelijk in een performance verwerkt worden. Daarbij is het idee van "wormgaten" belangrijk. Wormgaten zijn poorten naar andere dimensies die een kortere weg tonen naar verbanden die normaal een veel angere weg behoeven. Een tekst met veel wormgaten komt alleen op het eerste zicht wat chaotisch over, of zeer surrealistisch, maar het is doorheen de hele tekst dat via die wormgaten alles met elkaar verbonden blijft en de logica doorheen zelfs verschillende situaties verbonden blijft...
Renaldo & The Loaf... Inspiratie. Komt u binnen !
Afwezig. In de geest of in mijn lichaam ..Amen.
Vertrek 'In de geest van', of 'Met geestigheid'. Raam open !
Sloop mijn geest. Slopend lichaam sliep.."sliep sliep". Ik ben er voor u gelegenheid open.
U werkt zich erin..
Komt u met mij binnen in dit nieuwe werelddeel. (Dit is voor u) een nieuwe soort encyclopedie die u zelf moet uitzoeken, -en telkens weer moet achterlaten wanneer zij (reeds) leeft in uw leven ?-
Afwezend. En kinderen in de geest die speelden er maar op los. Op los ga ik nu.. "Hiep Hiep".
U gaat nu naar mijn geest toe. U hebt het in u ingesloten, om weer terug te verloten.
De keuze van de ene volgt de andere gericht of ingericht. Ik ben uitgericht. U blikt me aan. Spaarzaam. Aan het wezen.
-(bij performance : buk het hoofd, .. en komt dan terug :)-
1
Help me, er komen vragen in mijn gedachten gevlogen !
Hebben kikkers ... een tikker ?
En waarom kwaken zij alleen als zij niet likken ?
He, - Ik ben de eerste met die vraag !? Ik ben degene die iets waagt !..
Mijn kikkers met de vliegen vliegen kwak in mijn mond,
en kwaak uit mijn mond wanneer ik niets weet.
Ik zoek insecticiden voor ideeën die ik niet wil, en gooi pillen tussen het eten van kikkerdril van mannen wiens woorden zich zowiezo verspillen, bij die die zich laten denken,
maar ook bij mijn willen gebeurt wat vanzelf, in mijn dril naar het verlangen van vlugge vingerknippers van ideetjes die soms niet altijd nieuwe weetjes worden maar die soms zelfs stom kunnen zijn op zelfs lege borden.
Mijn vliegjes zijn voor na de soep van wat u gehoord hebt. Mijn vragen zijn voor na wat u reeds niet gewaagd hebt. Ja, ik kweek kwaakwoorden en ik slik ook vliegende humor, maar wanneer niet, en u kijkt me aan met soepogen, ja dan kwaak ik alleen maar, maar ziek ben ik zeker niet.
-Even wachten en ik spreek met vleugels-.
Door mijn val in uw vragen kom ik uiteindelijk ooit wel terecht bij de vijver van verrassingen, weet je. Alleen ik slik door op het juiste moment. Het gekwaak ertussen, blikt die dingen er dan even juist uit, op het perfecte moment.
Kijkt u dan maar eens stil, als mijn kleine onzin verdwijnt in schijnbaar onlogische pluk-uit-de-dag-pret. Wat zeg je dan dan ? Niks niets. Dan kijken me soepballen aan, als met kikkerogen, die nog niet goed weten wat te ontdekken.
-wormgaten-
2
Ik heb die ene visvangst vas gevingst. Die kat had een kathara
door haar relatie in de wormgatenwereld met haren laatste Kathaar.
Het passeert ook telkens weer
dat we ze vangen, die issen en vijnzige zijns,
die door woordgaten onze zin verleggen in zwemvinnen van zinnen.
Wat zijn ze toch van zin, denken we dan nog vlug over de rug van bekende
rijmen, voor ze ons weer vastgrijpen met hun geslijm van wat een
meerwereld zou moeten zijn.
Geef mij maar deesbrein dat is al genoeg zwijn. Toen de staart van dat
laatste woord me weer greep en het verlengen van slechts een ene wereld
begreep als zijnde van ergens anders en zodoende desondanks verdween.
Heen.
-de ijskast-
3
Ijspegels ijskegels ijskerels staren met gevaren.
Ik ben erin terecht de trechter de vechter.
Ze zijn in mijn kleine bedeling verbeelding een eelt in mijn beeld geworden.
Doe ze eruit ik zie er niks in dat ik hieruit weelde kan laten scheppen.
U schept het ijs kapot.
In die verbeelding God verdoemt het de eerstgeborene. Zij valt door de mand.
Het was ik die likt nu met slokken haar brokken.
Demonen ijsbonen wonen nu beklemmend op stokjes.
Het ijs geraamte is nu vet zonder schaamte,
het heeft weelderige namen en cloont (nog) slechts mijn eigen gebaren van verwondering.
4
Een dansje.. Een kwiebus draait in het rond.
De ene vangt, ik heb het in de mond.
Het liplezen pruttelt nog een beetje wanneer ik over de regels schuif.
Blaas de aftocht nu met gekaak. Ik wordt rood als een roodborstduif.
Een kleine kaas. Gaten voor Zwitsers gezwets gejodel gepreutel
wanneer ik eet van de fijngemaakte keutel-
geluiden, kloppend geleuter dat ik zelf inkleuter.
Koor je mee, Kans je mee en Patattepuree ?
Waar het klokkenhuis tikt
viel ook de appel van de boom zeer tevree.
De Adem werd ingeslikt en Eve
later was ook dat in dit luister ingeblikt.
Hoor het dansje, dat zapt ook mee.
5
(Ja,) Rol (maar) naar hier, gij, rolmops van mijn gedachten,
kom hier gij zwansworst van begeerten,
zwans nu en mop met mij de vloer en het raam
van wat ik verzin. Onzin. Gelegenheid. Gebed.
Klaar om kleur te geven. Fluor.
6
De kleine colorkiller is een Töter,
erger als nen tintenkiller.
Zijn heusgepeuter brengt blubbers brillentrillen in de ogen tot stilt-stand.
Zijn drilvergiet brengt menig kleurenliefhebber tot grijze haren.
Zijn regenbogen van mededogen zijn niets dan leugens.
Tot de’ raren met zijn waren, het bewaren tot (wat is) verloren
liet leeglopen,
uit die hopen afvalkopen kwam het poetsgeel van tandpasta eruit dat niet hel was maar veel te licht,
als fluor in een melig gedicht.
7
Opdoppen en uitmelken, en tot vorm verwelken in gelegenheidskelken.
Het terugvinden van de verloren cloon. Opzijgezet voor pret
en teruggevangen, een beetje gevangen, een beetje vangend zelfs.
Verlangend. Ogen draaien als een rolmpos.
Woorden draaien rond de zwansworst die alleen maar raar kijkt.
He wat doe je daar klein gevaar. Ga je mee spelen of blijf je deze keer
alleen maar verkeerd. Neen dank u ik kom mij uitpreken voor deze eer.
8
Primitief als het begin was wafte het blondje in het sexueel verkeer.
Zij smakte naar meer, maar ze bleef toch maar deze keer in de vreemd in elkaar gestoken in elkaar gezette verzetje
een avondje ...
maffen.
9
Het seniel lullent sulletje
verkocht kul per meter. Ik heb hem vierkant uitgelachen.
Mijn brol heb ik opgerold en geruild voor dikke zever.
Onzin spat nu uit elkaar.
Ik wist hier ook niet beter.
10
Heen.
Heen.
Ik wacht nu tevergeefs op gevinde woorden en op meer zijn. (z-wijn..).
Daar is het weer ! Ik ben gered ! De conditie die tenminste ik niet moet forceren.
Maar ook dit rijmproberen was nog voor niets.
De vissekop die eigenlijk een brommer was reed zelf de fiets.
Zij greep het begrijpen slechts vast in mijn pijpen, maar zelf was ze slechts getrouwd in het wormgatenveld, om te rijpen tot iets dat later nog begrepen moest worden, en nu alleen niet vastgegrepen kon worden. Het was dus geen ziekte deze kathara van deze rara rare kat.
Zij was voorlopig slechts een lieke op een half been van pret in een wormgatennet gezet met verder nog niks te presteren op dit verenbed van onzinnig halfrijmverdergezet van hop hop ideeën die nog geen zeeën zin uit die kieuwen erin verlenen kan.
Waar kon die verborgen gedachte dan nog heen ? -(heen, heen, heen...)-
“Naar Dover” misschien ? Als het koekiesmonster dat ontdekt, en verovert als een betoverde gelaarsde kat ? ... Maar zij is zelf nog het bebaarde wormgat van het net nog niet gekende.
(PS. vanaf hier gaat de wormgatenvoorstelling, via de broekspijp tot een echte en een vanuit iets echter gestuurde situatie herleid) :
11
We hebben zo een maf straatje ingeslagen. Daar hebben we zo een maf mannetje gezien. Hij stond ons zo maf aan te staren. Ik kan me niet herinneren wat wij gedaan hebben, maar het moet een maf zicht geweest zijn, wij in het onbekende. Op de groene wei die grijs was, terwijl wij kleuren wouwen zien en zij er zeker niet waren, werd het vreemde fluor voor ons meneer, als tandpasta met kloten.
Kijk jij mee door deze koker die mijn broekspijpen zijn en zie jij het grapje dan ook hangen? Oh, jij had ook dat grappig mannetje gezien. Het keek je zo onder zijn oogleden aan. Het wou kussen en kroop zachtjes dichter.
De wormgaten kriebelden, maar pruttelden geen woord meer voor ons gestaar.
-Ik zag autolichten drie maal op groen springen. De auto’s waren vurige monsters wiens lichten mijn zicht inbeten, als een zuur op een zondagmorgen met kerkklokken en een windje lucht. Hoog omhoog de broekspijpen kwam het woord 'tekort' eraan.
Een mond vol zondagmiddag doorslapen kwam in wapenuitrusting terug naar de natuur of ten minste naar een zekere natuur. Keek het maf mannetje me nog altijd aan, terwijl het meisje bloosde. Leren legerlaarzen tegen alles gewapend, en open vrije handen voor zìjn natuur kwam dichter, en staarde me nog steeds aan. Als een tank schuifelde ze een ander straatje in. Daar lagen andere muren, die zowiezo niet wachtten wat zij zou moeten omhullen. Mijn jas heeft ook de legerkleur dacht zij, en dat klemde om de schouders. Het warme deken in een vorm gegoten, haar vorm : de heuvel om te verkennen. De tank maakt rechtsomkeer. Gevaren zijn er niet in deze keer, alleen iets te gerichte gedachten voor mogelijkheden. Gekriebel, en het ergens sturen naar het bekende. Dat wat overschiet wil verder leven. Dit nog te veranderen is te moeilijk en smacht mijn gezicht aan.
Het bekende herkent zich nu in een of ander maf mannetje, in een maf straatje in een bekend voorval om door te sturen, om mee te sturen. Teugels vriendschap eraan verbonden en vleugels begeerte.
12
En dan plots was daar het geengevaarmoment. Rechtvooruit de buik, het hulsel van de vent.
Weg navelgestaar, de buik kijkt niet met de ogen.
Dit was vooruit lopen, zonder het achterste te remmen.
Dit was de Ontspanning met spanning.
Dit grint knaspert het goed gezind. Knopje voor knopje onthult ze de waarheid dat het geweten wast. De compjoeter toetert (verder, als het) In de nopjes zijn (en het ) De lillende bibber verkondigt.
Sla het gekende hier gerust maar open. Het komt terecht in de plan trekken.
In niets is haar kunnen nog te klein. Bij het eraan gedacht te hebben
is het samenzijn een kunde die we bij het eerste moment van ergraagzijn kunnen wekken.
13
Zij had een wasdraadwachtende blik. Hij had de knipogende knijper zodat zij zich veilig voelde in zijn armen. Door het weer was zij een beetje nat en kon hij haar niet drogen. Door de afstand in hun leeftijd, die zich door een luchtig windje mat en met veel tijd liet verbleken, vroeg het wat afstand, maar het reeds verwaaiend praten bekende wel hun gelijkaardig vel. Zij schudden hun roem eruit en fruitig werd zelfs hun klein verschil verleden. De wasdraad wees hun naar de gezamenlijke tuin der gelegenheden die slechts het masker was voor hun werkelijke heden. Toch liepen nu twee T-shirts rond gezamenlijk zweet te vermengen. Ontspannen gingen ze naar iets leuk toe. Dit maar weinig aangekleedde had maar weinig extra reden nodig om gewoon eerlijk te zijn. Het allereerste van tuin met wasdraad was reeds snel geen kapstok meer als reden om iets te zeggen. Nieuwe kleuren in de kast van plannen van wat trekken we ons aan vannacht ? Als we bij het gecreëerde licht gaan uitgaan ?
Meer simpels vertel ik morgen. Voor ik dit hier kan vertellen moet ik het eerst nog kunnen zijn, niet waar ?
14
Ik heb toch alreeds mijn plan aangetrokken.
De kaart zegt : trek hier gerust aan en trek je daar niet veel van aan.
Plannen zie je vaak in het gezicht uit de doeken doen. We moeten er allemaal wat aangepast uitzien opdat we het juiste kunnen aflezen. En zeer veel is daarbij afgesproken.
Mijn keuken laat ik nu maar even achter. Mijn reden om u terug te zien is hopelijk even gemeend verdiend als tevoren, en hopelijk waait je dat met andere toekomstplannen even gunstig tegemoed. Een klein reisje heb ik er (zeker) voor over. Een ontmoetingsplek vertelt de wonderen nog niet. Maar zelfs het aanbieden van gelegenheden verdient men echter zomaar niet..
15
Die morgen was vol zondagmiddag.
Voor je zijden haargloed ben ik je steenkoolkorrel.
Je drinkt limonade, geeloranje, - mijn lievelingskleur.
Citroenscherp bekijk ik de warme rug. Mij heeft het leven gebeten.
Bij het onvermijdelijk beweeglijke wordt ook ik stil en gevoelig, terwijl nu de leegte aan alles wil voorbijgaan met profiteren, van schoonheid, en van zachtheid dat blijft ocharme dromen.
In een steenkoolveeg beweeg ik met de kracht van mijn hand en leg ik deze stilte vast.
Een morgen vol zondagmiddag wordt een avond vol avond.
Mensen heb ik slechts achteraf bereikt, of ten minste dat projecteer ik in mijn herinnering naar morgen deze keer. Ik was er voor vele zowiezo toch niet bij hen aanwezig.
Mijn zijden haren hebben een steenkoolveeg gekregen, want het leven heeft me gebeten.
Ik ben op draf en ben misschien nog niet echt terug. Misschien is er in mijn blik nog wat citroenzuur te associëren. De tijd van buik is voorbij. Van buik vooruit, wil ik zeggen. Ik kan slechts in beweging blijven..
6,7 + 16,17 dec. 1999.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
hoor eerst de eerste 7 seconden van "Songs for swinging Larvae"
Deel 2.
Ssst. Geschreven op de ruggen van muggen.
Inspiratie of vrije associaties bij het beluisteren van
Renaldo & The Loaf : Songs for swinging larvae.
Geschreven op 11 januari 2000
over de ruggen van muggen
De motor en de boot.
-(bij performance zéér droog, en rustig voor te lezen,
op een pseudo-intellectuele wijze en met scherpe aa)-
De motor van uw boot
is een boordmotor aan de rand.
Uw boot zelf noemt echter een motorboot
met niks anders als rand. Slechts één ervan is
vierkant. De rest moet vooruit en is scherp.
De motor is aan een wand die voor niks dient
en die wordt weggeduwd.
De rest wordt vooruitgeduwd,
met de boordmotor die meegaat.
Een boot kan men ook een schip noemen.
Alle schepen hebben een motor,
maar de meeste motors ziet men niet,
alleen bij de motorboot ziet men deze.
Daar ziet men het ook wanneer de boot geen motor heeft.
En dan noemt men hem gewoon boot, boot, boot,
of roeiboot als men zelf moet roeien en zeilboot als men moet zeilen.
Een zeilboot is soms ook een schip, maar een stoomboot is altijd een schip,
maar alleen bij een boot moet men specifiëren.
Een schip is dus mysterieuzer. Het vaart vanzelf of toch zeker op een manier die niet specifiek wordt aangegeven. Een boot ligt stil als men er niet motor aan plakt, of roei- of stoom- of een ander bevel dat de boot doet bewegen. De boot beweegt altijd met het scherpe stuk. Het botte stuk laat men achter. Dat noemt wand of boord. De motor hangt overboord, maar hangt ook aan de boot, anders valt hij alleen maar overboord, en overboord wil zeggen kwijt. De motor laat het schip bewegen. Men laat dat stuk wel achter, maar toch gaat het altijd mee, als de haak aan een vislijn, of beter als aan een haak, terwijl ze de haak zelf ook richting geeft, niet in haar richting zoals bij een vislijn, maar juist van haar weg. De boot is dan als een vis die zwemt op het water. Haar staart die de meeste beweging brengt is dan de motor.
Als de motor niet werkt noemt de boot nog steeds motorboot. Toch moet men dan roeien of zeilen. Maar zelfs dan noemt men de boot nog steeds motorboot. Ik vind dat niet logisch. Ik gooi dit hulpmiddel overboord als het de boot niet de kracht van een schip kan geven waar het er allemaal niet toe doet. Als mijn motorboot ligt, is dit voor mijn part een ligboot. Als de boot zinkt is het een zinkboot. Ook daar beweegt de boot nog steeds, al is het niet altijd meer met het scherpe stuk naar voor en de motor achter zich latend. Als de motor niet meer werkt is dit zware stuk probleem ook het eerste dat naar de bodem zinkt, overboord ermee. Terwijl de boot een zinkboot werd, bleef de motor echter een boordmotor, zij het een overboordmotor, wat wel iets zegt over het respect dat we aan deze motor blijven geven, ook al zijn we door haar misschien wel eens een boot kwijtgespeeld. Op de bodem van de rivier lag een lagboot. Daarnaast lag de overboordmotor. De motor zal wel het eerst geroest zijn en het snelst vergeten. Met de lagboot konden we misschien later nog wel eens lachen. Het volgende grotere schip noemden we met vrouwennamen, en zij lag majesteuser op het water als tevoren. Hoe groter we over de boot gingen nadenken des te kleiner werd de betekenis van haar motor die een onderdeel werd en onvernoemd. Het was alsof de borsten van de zee onze toekomst droegen, en de motor er maar achteraan kroop, mee met haar golvingen. Alleen als men een motorboot heeft doet men over haar nog belangrijk. Ik heb al zeilschepen gezien maar nog geen motorschepen. Motorschepen vervoeren passagiers en dat zijn er meer, zodat men vooral passagiers ziet met dat schip, dat men het dan ook passagiersschip noemt. Tankschepen tanken en men ziet vooral de grote tanks. Stoomboten laten veel stoom af, grotere wolken zijn er te zien, als zuchten en puffen van een toch zo veilig mogelijk weggestopt motortje. Zonder mij kunnen ze echter niet varen, dacht de motor van de grootste Titaan. Zij duwde alle grootsheid niet meer naar voren. Wanneer ze ten onder ging trok ze voor het eerst de rest met zich mee.
Beneden op de bodem lag daar een motor die er zelf eens op uit trok. En daarnaast lag het zinkschip, gebroken. Beide hadden hun waarden eigenlijk verloren, want de eerste duikers gingen vooral op zoek wat er voor de rest nog te halen viel. Verloren schepen vertellen vooral van schatten die zij vervoerd hebben. Het schip wordt daarbij vernoemd als naam, als plaats.
We vernoemen steeds het opvallendste, en laten ons soms verleiden door het gekende te noemen, als een plaats alsof dat altijd betekenis heeft. Er zijn voor mij ook romantiekboten, ligboten, overzetboten, overbodigboten, maar de meeste boten zijn eigenlijk gewoon schepen die ver weg van mij staan en waar alles er niet zo toe doet, tenzij ze zoveel olie vervoeren en de zee vervuilen. Graag zou ik eens een zee zien zonder zeilen alsof zij opgehangen is aan de lucht, die strepen wasdraden achter zich laat en die eentonige fantasieën breien. Graag zou ik een ziezee zien en een kolkwolk, vol rust van haar eigen, maar alles moet in beweging zijn naar ergens anders dat er niet hoort. Er zijn bootzeeën en vliegtuigluchten, en er is tuin- en parknatuur. Onze schepen zijn vergaan en zinken met gecrëeerde motors die ze richtingen aangeven en zichzelf niet meer laten zijn of worden. Het zijn zinkwerelden die ik zie en ik ben het die erin vaart.
11 jan. 2000.(geschreven bij Renaldo & The Loaf : Lime Jelly Grass (zonder eerste seconden)).
(Een kleur extra).
Schillen citroenen schimmelen groen.
Schellen ogen sluiten groen.
Schollen vissen bubbels blauw oranje geel groen.
Te rap lachen loopt blauwtjes op door mensen die nog groen zijn.
Schollen vis in de zee. Blauw, geel, groen, rood en eten op ons bord.
Te rap gegeten en Jantje ziet groen en rood en blauw en produceert geel.
Wij lachen. Alle kleuren zijn gepasseerd. Onze deur gaat toe. Zwart en bruin naspoelen.
En wit na veel doordrukken van spoelwater.
De dwijl produceert doorzicht.
De kwijl produceert de kleuren.
Onze tanden lachen mee : wit als het meevalt.
De deur gaat toe en het valt zeker mee, zelfs in het donker lachen we met macht :
blauw, geel, rood, groen, en wit zijn ideeën.
Op de trap lag een oude citroenschil.
Terwijl wij begonnen te dwijlen en ons lachen het gekwijl kon opdrogen
properde het de deuren die dichtklapten met zwart, bruin en grijs.
Met een beetje rood lag ik met mijn woorden op uw bord
en u hebt u smakelijk geel, groen, blauw en geel "gelacht",
(en) uzelf ermee voorbij gegaan.
11 jan. 2000.(geschreven bij Renaldo & The Loaf : A Medical Man).
(De wijn).
-(ook als performance, expressief gebracht)-
De wijn maakt onze ogen bloot.
Onze tanden klapperen met het bamboeritme van de lampekap.
Spits is de naam Fritz. Spons wordt de naam Fons.
Het glas wijn is steeds te klein als klokken in een groot kerktochtgat
van een toren die weergalmt het beiaardierspel van het halfdier en veel spel.
Het rammelt met mijn bewustzijn in de richting van holle fratsen,
pirrewitjes dansen en op ten duur dookes doen.
Ik ben veel te ver gegaan in het laten binnenlopen.
Terwijl de flessen leeggelopen waren,
blonken voor mij in deze kerkholtes van klokken
verborgen boodschappen van ontsnapte Alladin-lampengeesten,
terwijl ik geen meester meer was en slechts het inslapende kon verwachten,
nog net binnen een ondefinieerbare wens -omdat zij geen vorm meer ziet.
Keskeskiet was de zin ook niet. En troelalaa was er baaijna baaij.
De kadans op de horentoren van hoop
tovert met de grootste samenhang
van alles wat reeds in holtes weggekropen was.
Het kaarsvet drupte de overgebleven begeerten weg.
En morgen werd net één droom te veel voor mysticisme.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Bali Whine).
Reuzen en dwergen.
-(Een visioen over een maatschappijbeeld)-.
Er waren reuzen vanwie de neuzen pasten bij de maat van hun schoenen. Als zij zand schupten schepten hun neuzen er nog een vlaagje wind bij. Aarde en lucht waren steeds in evenwicht en werkten altijd samen. Die grote mensen hadden niet alleen een groot lichaam. Ze vingen altijd veel wind. Hun neuzen waren als vlaggestokken. Hun tanden waren tandenstokers die de rest van uw twijfel wegpikten. Als vogelverschrikkers lieten ze “Birds” niet toe. Je moest geen angst meer hebben. Zij waren de vlag van uw veiligheid. Grote mensen waren altijd bereid tot veel beweging. Eén val en zij gingen reeds vooruit. Terwijl de kleinen zich in hun schaduw rolden.
Gezind op wraak bedacht de dwerg neusstokers en griep. Zij konden wegkruipen terwijl de vlaggestokken hun ambicielen en imbicielen opsnuifden en ziek werden. De dinousorussen werden een tweede maal geveld, door ratten.
Een grote hand wuifde even tot ziens. Maar beiden hebben natuurlijk nog lang geleefd. De kleine waren eerst weggekropen. De grote kon je vinden achter, of in een groot huis. De kleinen maakte een grote familie, en werden parasiet en arogant. De grote die zijn kultuur in huizen deed verbleken, kon slechts toezien dat zelfs bij het grootste schilderij men het knabbelen van die kleine alleen maar gestadig kon aanzien, alsook de barbaarse woorden, en eerste daden in het zicht van die kleinen maar moest leren te begrijpen. Stoer waren die groten zeker niet meer. Hun taal vong veel wind op, maar geen vlagen. De ratten bouwden tunnels en ondermijnden een deel van de staat. Het rustpunt achter grote huizen werd bedreigd door grote venijnige families. Wat kon daar dat evenwicht met de lucht aan doen nu de aarde licht begon te beven ? Kon zij nu nog halt roepen met een luchtig verdraaglijk fundament ? Neen.
Die reuzen werden hun eigen verschrikkers. “Birds” was wel niet meer mogelijk. “Rats” vervoerde toch weer een ander gevaar. En alreeds een tweede of derde keer moet het wereldbeeld wat aangepast worden en de dingen bij naam leren noemen, en dat is een lang proces. De oogst zou graag eerlijk verdeeld worden, maar niet als oogst alleen, of als eetbare aarde alleen. Die hoge bomen vongen nog meer lucht in steeds opener worden plekken wonden in de eerste natuur. Vele werden hier reeds geveld toen ze nog wat klein waren door machoridders die draken gingen bevechten. Zo kommuniceert het landschap nu reeds minder in hoge toppen, maar meer in kleine begroeing op wortels. Grasmachienen helpen niet, en de taktiek van de verschroeide aarde is een te oude methode. Omgewoeld wordt die aarde zowiezo. En ploegen geeft daarbij zeker wel de meeste controle. Een herverdeling in waarden komt daaruit voort, nog voor het uit zichzelf haar verdeling onrechtmatig opeist, of voor het eenvoudigweg opknabbeld is, is het nu tijd voor dat vijfde seizoen : het overzicht van het land of het laten braakliggen en goed bekijken na het beredeneerd omwoelen. De reuzen beefden reeds als bergen en bekeken alles van hooguit. De dwergen die ergens, als altijd, nog net even hadden meegelopen, hadden gelukkig nog weinig greep omdat hun bodem voor hen slechts voedsel was en geen werkelijk fundament. Het hercreëren van wat nu inperkingen zijn van onze gezamelijke grond doet bergen dan pas herleven van aan de kleinste begroeiing, al is de lucht en de woordenschat al veel verarmd en worden we nog steeds iets rapper ziek. Het is niet zeker hoe hoge toppen nog in belangrijkheid drijven. Maar zonder bos kan ze toch niet echt overleven, vandaar dat dit "spinneweb" iets van zijn vangnet moet afdoen. Een herverdeling van het algehele instinct in een klimaatsverandering is impliciet. Jaren kost het nog de grootste man, die kleiner wordt misschien, voor de wind keert en de aarde zijn eigen gebied ooit eens terug zal prijs geven, en niet alleen ontwormt en ontmest wordt door grondeters en gronduitputters. Wanneer eigenlijk krijgt onze aarde terug haar eerste fundamenten, nu we te ver waaien als dapperen zonder lang blijvend zicht op het land. Waartoe dienen nog optochten of feesten ? De grootste neuzen ruiken ziektes nu, en ze verliezen af en toe scherp zicht of waaien gemakkelijker mee met de wind of verbergen hun achter grote huizen, of kronkelen misschien even ineen. (En) Daar zien ze nog broeiende nesten volk. De controle verwacht geen eenheid meer in idee, want daar is het reeds zoek als een groot gat dat de tekorten niet op deze manier kan verbinden. Het herverdelen gaat over die waarden aarden over ons gehele kolkende vragen die ons nu bezig houden, binnen de angst dat we een deel waarden aan gemiddelden verliezen. Het knaagt aan onze gehele fundamenten. We moeten stop zeggen en ons gehele geheugen herwaarderen en herverdelen, want we verliezen ons gemiddelde, het zit vol met gaten. Met de meest primitieve redenen communiceren we daar beneden meer. Steeds kleiner wordende geschiedenissen bouwen alles steeds lichter. Maak open die kanalen die die gaten dichtgooien, wroet alleen in alles wat er is, en niet slechts in dat mindere en snellere verlies en winst. Zovele tekorten in die tunnels van verlies laat zelfs stappen van ook grote reuzen verzinken in het veranderen en minder diep worden van fundamenten, alsof er meer wind blaast in de tunnels. Wanneer we het zeer oude fundament niet sneller, net als een snelle wind door tunnels, toegankelijk maken, verliezen we er het zicht op alsof het te oud is en van een oude generatie. Op het einde is er geen moraal meer, geen nut meer van religie, van volhouden in de liefde, van banden die buiten familiebezit gaan. Dat kan niet blijven duren. De nieuwe grote reuzen kunnen er geen vangnet voor blijven maken, als in praktijk elk gemiddelde steeds kleiner wordt, tot als bij dwergen, met communicatie van dwergen, van familieherhalingen om te blijven overleven.
Een kleine man uit een klein verhaal verzamelt nu mensen die mensen om de mensen bijeenhoudt om wat echt is uit te breiden en in het geheugen in te planten. Hij maakt zijn werk en moet zijn werk doen, want geheugen is moraal. En op het moment weet ook ik zeer weinig wat zelfs een kleinigheid verbeteren kan. Er wordt gewroet als in mest daar beneden, en er wordt in het groots gegrepen van daarboven, maar echt herinneren hoe het begonnen is en hoe het veranderen kan beginnen we logisch gezien nu reeds te vergeten. Laat ik u op zijn minst een zacht mossen bed geven waarin je even kunt nadenken. Ook al is het eronder allemaal wat weggewoeld, en is het zicht van bomen wat kaler en is er dat soort wind dat we ons wat moeten beschermen. Het klein beetje groen daar herinnert misschien nog aan het nut van die eerste fanfare.
11 jan. 2000 (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Kinbolton Gnome Song).
PS. (tijdens het radioprogramma heb ik dit nog aangevuld met een opmerking die misschien het sfeerbeeld in een wat andere richting stuurde. Ik had de nacht voor het presenteren een droom gehad dat drie grote religieuze leiders in het geheim bijeengekomen waren om te spreken over het vermengen van de drie religies in het experiment van een nieuwe soort mis. Het was zo ver, en omdat ik in een bepaalde groep was moest ook ik gaan zien. Het geheel werd gepresenteerd door een Islamitische priester, was doorspekt met bijbelparabels en had ook enkele oosterse wijsheden als creatieve aangevulling, en de muziek was er ook speciaal voor gecreerd. Het geheel was eigenlijk niet slecht).
Kleine vingers nieuwsgierigheid
als slurfen van babyolifanten
vragen wanhopig om aandacht.
Die kleine spiertjes zijn zeer sterk ontwikkeld.
Zij vragen om verwijzingen.
In een grot vol stalagmieten
creëeren de verborgen gedachten
het nut van de vorm der omhulling.
Het is als klei die alle richtingen uitkan
die plots zekerheid krijgt fundament te hebben.
Zo blijf ik bij je, zei ze.
En de kreet weergalmde in alle uithoeken van haar lichaam.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Frass).
Zo stijgt het verlangen boven de omgeving uit,
(en) een luchtballon is liefde.
De navel die haar steeds terug thuis voerde,
woelde nu ergens een beetje nergens heen ;
het was als de draaikolk in bad na het wassen
en de handdoek werd verfrissend.
Het schommelen aan de rand van het lichaam,
het was de hand en de roodgeworden kaak en nek.
De vloerbedekking is het kleed van de avond,
en de tafelbedekking heeft gerechten die toekomstplannen lijken.
Er zijn dingen die niet gepland worden,
maar die er reeds zijn,
en zolang er niet gepland moet worden,
maar de mogelijkheid zichzelf vergroot
is de Weegschaal in evenwicht en voelt zij zich veilig,
en gaat ze met de man overal heen.
Toen ik vertrok was mijn laatste gesprek als een grote luchtballon.
Het gaf haar een overzicht.
Terwijl de ogen een beetje stil bleven hangen,
en alles een beetje bekeken,
bleven veranderingen buiten.
De richting is het huis van vrede.
11 jan. 2000. (dagdroom, aan S.T.). (geschreven bij Renaldo & The Loaf : N²O (going Down)).
Je was vergeten om de sleutel af te geven.
Vergeten om de sleutel af te geven...
Het huis stond nog op dezelfde plaats, maar de sleutel verhuisde.
Hé, je hebt geen toelating van mij om mijn ingang te mee te verhuizen !
Ik bleef natuurlijk veilig, maar de gedachte aan de verhuisde sleutel liet me niet los..
Je was vergeten om de sleutel af te geven.
Je woonde ergens anders, maar kwam nooit meer hier.
Je was vergeten de sleutel af te geven.
Hé, je had geen toelating om mijn ingang te mee te verhuizen !
Deze muren hadden zo minder betekenis gekregen met nog sleutels ervan ergens in de wereld.
Ik wil dat alles weer van mij is. Mijn rustpunt heeft nog één sleutel nodig.
Een meisje gaf me haar sleutel.
Ik mocht binnen en buiten, al woonde ik helemaal ergens anders.
Ik was welkom in velerlei ingangen.
Maar ik heb de sleutel teruggegeven.
Ik heb een tweede huis en een tweede ingang.
Een eigenheid had ik zowiezo verloren.
Twee sleutels en een evenwicht en een groter zicht op ingangen.
Voor sommige mensen heeft dit geen betekenis,
maar ik laat me bijvoorbeeld ook niet alle kennis zomaar ontvreemden
al kopiëer ik met plezier alles dat je zoekt.
Maar een ingang zonder nut die naar ergens anders verhuisd is,
zonder enige betkenis eraan verbonden,
dat bevalt me echter niet,
dus geef me mijn sleutel terug.
Sleutels zijn symbolen van iets aan te brengen aan iemand.
Jij die mijn sleutel hebt, hebt geleefd als een parasiet,
overal heb je een beetje meegeknabbeld,
en overal heb je nog een kleine band hangen die alleen jij kan gebruiken.
Dat bevalt me zeker niet.
Je kunt van mij al mijn kennis copiëeren,
maar de ingang ertoe heeft mijn eigen wachtwoord,
en dat wil ik niet laten verlaten door enige onverschilligheid
in een een overschot van banden die je overal achterlaat,
dus je was ergens wel expres vergeten de sleutel af te geven,
zodat je nog een kleine energie van een terugvalplaats kon aftappen,
maar dat bevalt me zeker niet.
Een sleutel is slechts een symbool, maar heeft ook concrete waarde.
Mijn grenzen sluiten zich eigenlijk vòòr u af, dus geef me mijn sleutel terug.
Mijn waarden moeten rond zijn.
Binnen een loep moet men ze kunnen kopiëeren,
terwijl de controle over haar energie slechts binnen deze muren ligt.
U bent slechts welkom vanuit een spiegelzicht.
11 jan. 2000. (aan B.T.). (geschreven bij Renaldo & The Loaf : BPM).
(Het oude portret).
De zenuw zit al in de stoel..
Vloerbodembedekking,
overal tapijten en men ziet de koude van de ijskast niet meer.
U maakt thee en men ziet de koelte van de ijskast niet meer.
Alles is rood en bruin en men ziet de koelte van de ijskast niet meer.
Er klopt iets niet aan het portret dat controle uitoefent op gedragingen van familiegraf naar familiegraf
en men ziet de koelte van de ijskast niet meer.
Koekjestrommels in de kast, porselijnen servies in de kast,
en men ziet de koelte van de ijskast niet meer.
Wat willen kinderen als ze niet meepraten.
Er was een grote massieve ijskast in de keuken. Ik dierf de deur niet te openen.
De stemmen van de dames op de achtergrond leken telkens een excuus te verzinnen dat streng was als een familieportret dat de mensen van graf naar graf bracht.
Ik dierf de ijskast niet te openen.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Spratt’s Medium).
Er stond een paard in de gang.
Er stond een paard in de gang,
maar ik was geïnteresseerd in de vulling.
Blijf van het paard dat stof aantrekt.
Moordenaars van pels trekken stof aan.
Ik was geïnteresseerd in de vulling toen ik de kleine naad lospeuterde.
Ik verwachtte stof, wormen en gevangen kinderen,
alleen al omdat dit niet mocht opengedaan worden.
Met een kous over mijn hand speel ik ook paard.
Ik probeerde reeds in het gaatje te kijken.
Pelsen trekken stof aan. Het was donker achter het gaatje.
Het was hout. Het was een houten paard in het pelsen paard.
Als ik schommel en ik trek kleren over het schommelpaard
blijft het geen stof aantrekken, maar kan ik er werkelijk mee leven.
Zij hadden veel boeken gelezen. Een paardekennis hadden ze.
Met het stof erop kon je het schommelpaard niet bewegen.
Mijn spel met de kousen pop maakte van mij een andere generatie.
Kinderen lachen met een gat in hun kous (terwijl de volwassenen zich ergeren omdat ze weer een kous moeten stoppen).
De ontdekking van het houten paard van de oudere generatie heeft deze jongere nog niet kunnen boeien, en we hebben ook nog niet echt met elkaar kunnen communiceren.
De paarden in hun stal dierf ik van wat ik gezien had niets te vertellen.
Mijn kous op mijn hand beten ze echter kapot. Zij waren van een andere generatie, maar dat stoorde ons beiden niet.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Honest Joe’s Indian).
De stervende vlieg en de schoen.
Een schoen met een bijna dode vlieg, in elkaars bereik.
Misschien is de schoen bijna dood wil dat zeggen.
Zweet en aarde heeft ie wel gehad.
Een schoen en een bijna dode vlieg en geen spin te bekennen.
Wat doe ik met de schoen. Wat doe ik met de vlieg.
Ze zijn binnen elkaars bereik. Ze zijn binnen elkaars betekenisveld.
Er was geen scheiding mogelijk,
er was geen overstroming die het zweet uit mijn schoen wastte.
Aarde en zweet had ze wel gehad.
Die schoen mistte de voet, en die vlieg mistte het leven of de dood.
Ik kon niet vertrappelen. Het middel was doel geworden.
In de spiegel van het einde was er geen vernietiger,
alleen het lot van ondergang werd zichtbaar bij elkaar gesteld.
Ik heb nieuwe schoenen nodig zegt het. Maar die vlieg was nog niet tot complete uitputting bereid.
Ik bekeek mijn voet zorgvuldig. Vol leven.
Zij hing niet in frennen uiteen.
Mijn schoen en die vlieg hadden slechts het spiegelbeeld van de dood bij elkaar ten rusten gelegd.
Zo kan ik niets meer dan vernieuwen.
Dit was het offer van de vlieg. Dit was de opoffering van mijn schoenen aan een laatste levensspartel.
Ik liep blij voorbij de rivier met nieuwe schoenen. Ik gaf een centje aan een oude hoed.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Ow ! The Red Shoe).
De fluitende lamp en de blinkende klink.
Waar de lampen in de klinken blinken,
waar de klinken stoere binken deed verklampen
tot lampekoppen en hooiwagenvingertoppen,
ging er plots een lamp uit met een gefluit.
De kleine maag herkende die pret zo graag
zodat de planken begonnen te balken,
en de vloeren fluweelzacht begonnen teeu... keelschrapen.
De flessen gehurkt voor hun kurken,
wouden bij die kleine warmte ook iets zijn en maakte vlug van hun druifgepruttel salaadazijn.
De flessen met stopjes in hun nopjes geraakt
schudden hun gegiste bier ook volmaakt tot het schuim van badplonseenden uit veel te nauwe kragen.
Wat heb je hier nog graag ?
knipoogde de laatste lamp langs rechts die nog niet was uitgeraakt met op te warmen.
De klink draaide even, en een bevend miauwen vervulde de kleine kamer met ruggegraadkou dat opbotste tegen het meeste dat dan plots op tegengepruttel leek.
Maar samen werd dat koor echter juist net dat gewenste droge humorgestoor
dat alleen voor de meid achteraf een onbegrepen stil graf bleef.
Ook al herkende ze vormen in de overgebleven vlekken,
die haar aan taartlekkende baardvrouwen deed denken, gehurkd op geplette sosissen,
maar dan zonder geluid.
De tweede lamp floot haar zicht dan maar uit.
Ze had wel geen angst voor stil geluid, maar als een overschot van muizenissen harder zingen,
is het gebrek aan zicht alleen maar storend, en op de trap glijdt ze daarom uit om niet terug te keren. Haar gehoorgangen waren reeds te vol bevelen geprut om daar nog iets te kunnen eren
en plezieren voor een keer.
Verbeelding bleef daar dan maar bij kabouterland.
Het zicht van de klinken tijdens fluitende lampeklanken
was voor sommigen spijtig toch nog net niet genoeg
om het overwerkte een grappig halfzicht te kunnen geven.
Ze veegde de klink slechts proper.
En wat haar bevelen gaf bleef daar hooiwagenvingers krijgen,
had hoofden als fluitketels en deed alles blinken zonder werkelijk geluid voor sommigen.
Werkgeluid of gaatkapotgeluid, dat herkent ze wel.
Het tussenin gebrabbel dat zich humor noemt geeft nu alleen maar een paar punten
aan stoere heren die even floten tussen hun tanten.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Bustle The Burgoo).
De expresse expressie.
Mag ik met een nagel poteren tussen gleuven ?
Ja, het hangt er alleen van af hoe je het zegt.
Geen angst. Ik zal het niet zo erg doen als ik het zeg.
Ploeteren tussen gleuven vind ik nog plezanter,
maar met een nagel en droog zand en een smalle groef gaat dat niet zo goed,
dus zal het bij wat prullen blijven.
Goed.
Mag ik mijn bord een beetje belikken en
de druppels van mijn glas er afzuigen ?
Als je het niet zo nadrukkelijk doet als je het zegt weet ik zekerder dat het geen kwaad kan. Je mag de kruimels desintegreren van een verscheidenheid in consistentie van de objecten, en je mag ook de condensatie van je glas ontnemen.
Maar dat brengt zo weinig warmte !
Ik betrek liever het bord met mijn presentatie, en het glas met mijn inhoud.
Waarom zou ik scheiden wat mij betrekt ?
Je mag samenhangsels binden, en nieuwe syntheses van betrokkenheden integreren,
maar waarom geef je mij daarbij de impressie dat je de uitdaging van het verlangen om te bezitten zowel persoonlijk als in een sociale context moet betrekken ?
Ik omring voorwerpen als volkeren,
ik bekommer me om haar inhouden als zijnde menu’s,
en ik geef de waarde van de mogelijkheid
de kracht om eigenheden te kunnen weerspiegelen
alsof ons de wereld toehoort door ze te gebruiken als ons expressieveld.
Het uitspreken van verlangen erin verhoogt onze dosis van betrokkenheid,
in plaats van dat onze afstand ze, in excuses, moet afkopen.
Ik ruil zelfs geen mogelijkheden,
maar deel alleen maar, door mijn benadering, elk onderdeel van het geheel in, tot er middenin.
En dat warmt niet alleen mijn sjoffaasj, weet je.
Het maakt dronken, omdat het verlangen zich overal alleen maar
uitdrukkingsmiddel kan laten zijn. Het is echt leven dat overal iedereen bekoren kan..
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Is Guava a Donut ?).
Iets om te wenen.
Soms kan het vocht ons doen wenen.
Een zakdoek droogt soms alleen maar tranen. Zij vangt vocht op.
Muren die hard zijn hebben soms vocht dat doet wenen.
Een doek is droog en vangt altijd vocht.
Ik heb zakken onder mijn ogen die nat opvangen en slaap.
Als ik genoeg slaap ween ik niet.
Als ik genoeg eet zweef ik niet.
Als het warm genoeg is, is het droog en zijn de muren ook droog.
Ik slaap ook als het koud is, maar wordt alleen graag wakker als het warm genoeg is.
Mijn bed is droog en vangt slaap op.
Ook tranen verdwijnen in de morgen als het bed droog en warm genoeg is.
Het bed is als een zakdoek,
het is als zakken onder ogen die worden gladgestreken en die moeten gladgestreken worden.
Kaarslicht vlakbij trekt warmte aan voor de ogen.
Ook als het koud is, is er nog iets zoals rust.
In rust weent niemand.
Er is een luxe die droogte heet.
Warmte gaat langs mijn lichaam,
net zoals water dat er ook langs vloeit.
Ik ween gelukkig om droogte.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : A Sob Story).
Muziekdoosbootjes.
Ik heb thuis een Mozartbootje.
Op en neer doet het en de figuurtjes erin spreken me aan.
Ik heb thuis ook een Bachbootje.
Vanuit 1 punt draait het vierkant rond,
en het ontvouwt zijn bewegingen van daaruit in alle richtingen.
Ik heb ook een Geraldboot. Er zitten nog niet veel mensen in, maar die mensen leven echt.
Ze zien er wel eerder uit als vlammetjes, in kleuren.
Honden blaffen van enthousiasme.
Er is nog geen beweging vastgelegd,
maar de golf van de mensen pulseert wel het duidelijkst daar binnenin.
Ik heb een zee van tijd en die noem ik omstandigheid.
Ik ben er nog een beetje van afhankelijk,
maar toch kan ik zelf ook bepaalde omstandigheden uitkiezen.
Daar waar dergelijke vlammetjes pulseren ben ik zeker op mijn plaats.
Ik heb nog geen vaste beweging, maar die vlammetjes daarbinnenin leven wel zeer duidelijk.
De zee voor die bootjes is muziek.
Zij biedt mensen muziekdoosjes, die omstandigheden kunnen opwinden.
Ik schrijf dit leven muziek in tekst.
Als je erin opgewonden geraakt pulseren vlammetjes
en dan hervorm je omstandigheden
naar impulsen op plaatsen die geen vaste beweging hebben.
Mozart heeft golven die een wel duidelijke richting uitgaan,
terwijl Bach blijft waar hij is en van daaruit alle bewegingen controleert.
Herken nu uw boot. Nu ben ik water.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Hats off Gentleman).
Een verbeelde reis.
Fotoboekherinneringen opvoorhand.
De tand bijt,
de tong slurpt, en de keel slikt.
Een echte reis is harder doorgekauwd,
en reeds lang weggespoeld
en komt als herinnering eerder uit de darmen.
Als ik iets verzin komt het rechtstreekser uit mijn mond.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Renaldo’s Trip to Venice).
De laatste nieuwe mode.
Kartonnen botten ; botten breken.
Rubberen botinnen ; goei vriendinnen.
Fetisjisme door vingernagels ; als ze drogen geuren ze, als ze droog zijn kleuren ze.
Kleurboekgezichten belichten Geschichten.
Knipper even met uw jeansdrukknoppen en erotiek verschwindt geschwind.
Lak niet aan uw vingerlak. Het is ongezond.
Ik heb als versiering van mijn vingernagels kleine zwarte randjes.
Ik heb gewerkt wil dat zeggen ; ik ben niet overbeschermd wil dat zeggen.
U hebt jeans dat uw lichaam in het nauw brengt
maar dat zou ook kunnen zeggen dat u ondanks dat zoveel kan bewegen als een werkman.
Maar ik hou niet zoveel van werkmanvrouwen.
Ik vind nu eenmaal die broeken niet schoon,
en die vrouwen lakken mijn vingers ook niet schoon.
Mijn kartonnen kraag beschermt mij tegen die vrouwen,
opdat ze het niet de moeite zouden vinden om mij daarvoor bij mijn kraag te pakken.
Ik ben ook heel voorzichtig, met schoenen uit één stuk -(laat zien)-. Ik val niet in ongewenste kreuken.
Door mijn kleurboek in kleren lachen vrouwen zich echter breuken.
Ik vind het soms wel eens leuk om sommige mensen zonder kleren voor te stellen,
maar toch apprecieer ik nog het meest kleren die die gedachte juist niet doen opkomen.
Ik heb eigenlijk altijd een kartonnen glimlach bij mode die u mij laat zien,
terwijl bij wat u vertelt ik het kleurboek direkt wil hebben.
Daarvoor wil ik wel met witte maantjes uw naakte huid bekriebelen.
En dan zie ik plots wel werk aan de winkel.
Met het licht uit zie ik dan wel wat minder,
maar dan is plotseling alles mijn fetisjisme,
en de laatste nieuwe mode,
om uit te proberen.
Alles wat ik later daarbij nog wil bij uitdrukken,
vind u in mijn kleurkast, van wat u mij de volgende dag weer vertelt.
11 jan. 2000. (geschreven bij Renaldo & The Loaf : Ted’s Reverie
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Deel 3.
Struvé and Sneff
vertellen verhaaltjes. (Dertien op een rij).
Geschreven op 13 januari 2000.
Inspiratie uit vrije associatie bij de liederen uit
Renaldo & The Loaf "play Struvé and Sneff".
Zin in zon
en zon in zin.
Zing in zong
en zong in zing.
Zink en tonk
en tonk van zink.
Zink in tong tong
en bong bong van de bink bink.
Bibliotheekgebonk omwille van het geronk
van de motor die ook nog stonk.
Bong bong zei de bink bink,
Tonk tonk op het zink zink
Zinkt in zijn schoenen, huilt en vervuilt,
zingt als een kind,
wat is hij nog van zin ?
De zon schijnt op zijn bon.
Alles is kapot. Maar dan toch nog het plot.
Plots moest hij pats lachen.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : meaning of W.E.I.R.D.)
16 gaat naar 17.
Hij was 19 en nu 20. Hij was in 1999 en nu in 2000. Het leek veel voor in één keer te overbruggen. Sommigen vroegen zich af of het nu honderd jaar verder was of duizend en of we nu al duizend jaar verder waren dit jaar, of pas binnen 1 jaar ? Hij was 19 en nu 20. Voor hem was het allemaal hetzelfde. Het was één jaar verschil op één dag. Het was één andere vernoeming naar een ander moment. Sommige wouden daar een jaar over nadenken. Duizend jaar lang. Hij was 19 en nu 20. Ooit was hij 16 en dan werd hij 17. Toen heeft hij niets gemerkt. Ooit was hij in 1986 en dan werd het 1987. Hij was geboren in 1970. In de jaren 60 dachten ze over dit alles nog niet zo na. Hij was van een nieuwe generatie die twijfelde of 1 jaar nu nog 1 jaar duurt en ons nu honderd jaar of duizend jaar verder brengt ? Het was een generatie voor wie alles snel vooruit moest gaan, maar ze konden op 1 dag wel honderd jaar of duizend jaar twijfelen. Was hij maar in het jaar 2000 17 geworden, dan was dat alles niet gebeurd. Dan waren het de anderen die zever in pakskes verkochten, maar hier pastte de kapstok in zijn maatpak veel te goed en het deed zeer dat hij daartoe behoorde. Toen hij van 16 naar 17 ging was het nog plezant in de wereld vooruit gaan. Nu blijft men op 1 jaar maar zelden niet hangen ; men kan slechts twijfelen of men nu twijfelt voor 1 jaar, of voor honderd jaar of voor duizend. “Toen ik van 16 naar 17 ging had ik nog pret”.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : 16 going on 17).
Bokaalgevoelens uiten zich in lokaalberedenaties.
Bokaalgevoelens
uiten zich in lokaalberedenaties.
Visseogen, bekijkt men als vieze ogen.
Pruillip, pruimpit in de asbak in de bus.
Geen afscheid maar wel weggaan doet hij bij tijd.
Weggaan is doorzetten niet.
Bij wie ik wegga zijn de lachende gezichten sterker
dan mijn vergezichten vanuit de bus.
Bokaalgevoelens
uiten zich in lokaalberedenaties.
Kursussen en verplicht papier doorzetten
of wegvluchten.
Ik verdraag er geen lachende gezichten bij.
Mijn pruillip en visseogen vechten voor aandacht dichtbij.
Deze reis heeft mijn leven niet veranderd, bij mama vandaan.
Vechten tegen beelden die er in de bus op dat moment niet waren.
Een toerist is iemand die zijn gedachten van thuis harder ziet.
Televisiementaliteit.
Mensen lopen met bokalen rond en zijn weerspannige marsmannen.
Zij zijn het die de kinderen willen ontvoeren, denk ik dan.
Het bleven vieze ogen die het voor het eerst beredeneerden.
Bokaalberedenaties resulteerden in lokaalgevoelens,
maar niet in vrienden, want het verzicht van de bus had weer geen betekenis in het kleine klaslokaal van verplichte kursussen en papieren doorzetten.
Bokaalgevoelens in lokaalgevoelens
maakten bokaalberedenaties tot verplichte kursussen en doorzetten of wegvluchten van examens binnen één bril die je niet echt van hieruit weg konden brengen.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Absence).
Wafels in de lucht.
-(Een visie over een in de toekomst gebruikt wiskundig patroon)-.
Wafels hangen nog in de lucht,
maar niemand eet lucht.
Op de grond is veel geveegd en is alles proper.
Wawawafels hangen nog in de lucht.
Men loopt eraan voorbij want men ziet ze niet.
Tafels van vier en van twee zijn geschikt om op te schrijven.
Er hangen tomaten aan de bomen of aan de struiken.
Struikrovers van tijd voor iets wat vergif is.
He kijk toch eens naar die wafels die er nog hangen.
Elke plaats heeft nog zijn gebeurtenissen.
Over de meest gebeurde tafels van vier en twee wordt niet veel uitgegleden,
of men pobeert toch van niet.
De hoek vanwaaruit men wafels ziet is daar.
He kijk daar, de wafels hangen daar, de wafels van twee en van vier.
Aan een universiteit was men verslaafd aan tomaten die eigenlijk oorspronkelijk vergif waren.
Men eet er tomaten en driehoekswortels.
Al die salaad en azijn. He, zie je daar niet de wafels hangen in het gordijn ?
Die dimensie om intuïtie te verbinden met het konijn bracht geen zekerheid
toen het daar reeds uiteen lag.
We kunnen misschien de pels nog achteraf gebruiken.
Schapen eten andere dieren.
Bol en pelcoördinaten x en y tot de tweede en de derde loopt voorbij.
Kunstenaars zijn als goochelaars beschouwd,
maar ze halen niets uit de lucht dat er niet al reeds is.
Wafels worden vernoemd maar dan eenmaal in het licht ervan gevangen houdt hij zijn wafel.
Tafels van twee en van vier nemen vijfhoeken aan.
Men zoekt alreeds naar de tiende dimensie. En ik zwijg in alle macht.
Er zijn patronen om op te dromen.
Er zijn wafels voor de tafels van twee en van drie.
Een auto zonder weg heet jeep, maar ook zij kan in modder niet verder.
Ook zij heeft het gemakkelijker met een weg om heen te gaan.
We gingen per ongeluk aan ons zwijgen voorbij op het patroon van onze wielen.
Er waren wafels in de universiteit die werden bereikt met wielen.
U hebt nog geen idee waarom mij dat nu al reeds verblijdt,
maar het geeft wel mijn verloren tijd terug.
Ja, die wafels in het toekomstig patroon hadden immers mijn willen als oorsprong.
Toen de tijd niet meer vooruit moest gaan, bleef men stilstaan bij wegen.
Daar kwam of komt men de wafels tegen.
(Maar verder geen uitleg van een dichter).
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : 120 before zero).
Over scheve tanden.
Deze verzamelaar zijn bos is geen haag maar toch een struikgewas.
Daarin kunnen kleine vogels wonen.
Sommige laten wel eens maffe gedachten door in het kleine fluitje
dat ze vanvoor als sleutelgat presenteren. Mijn sleutel past er op.
Bij anderen geraak je echt niet binnen, en ik ben echt een doolhof.
Dat is natuurlijk slechts schijn, want als ik lach wil ik echt wel bij je zijn.
Maar misschien hou je niet van mijn brein ? Ik hou’ je wel eens tegen,
met vreemde wegen die eerst nergens (op) lijken uit te komen,
en dan plots met een draai naar rechts wel twintig sleutelgaten geven.
Ik kan van jou veel vergeven.
Mijn hagendoornen lijken anders weinig zo vanzelf verder te dragen.
Ik ben een makkie die moeilijk doet. Eenmaal binnen heb je’t goed en slik ik gemakkelijk door.
Met mijn gevoelige tong maak ik dan voor jou nog een gezellige binnenweg,
zodat, eenmaal dat je mijn tanden voorbij bent, vooreerst werkelijk wordt geproefd.
Ik heb uzelf ook een klein examen gegeven,
hoe oppervlakkig tegen wanden je alles wou beleven
of hoe beweeglijk je daar op kleine plaatsen bent.
Schots en scheef hoe het leven ons soms richtingen kan geven,
is het doorslikken van ne vent toch altijd rechtstreeks tot in zijn tent,
maar dan wil ik dat je eerst mag weten dat er niet slechts één weg is,
met je rug veilig ergens tegen aan.
Het is zoals een danspasje, in wat de vloed geeft van de maan,
en het is het knauwend knarsend spannende met meer uitwegen als op de kermis,
in zelfs een toevallig klein geworden bestaan.
Heb je dat nu doorstaan ?
Scheve tanden glimlachen u alleen al daarvoor bij mij binnen.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Of Bad Teeth
(het nummer werd gebruikt als aanleiding, want ik verstond geen woord van de tekst moet ik zeggen)).
Mijn favoriete dingen.
Ik ben fan van een blauwe bedpan.
Een tiet die past in een vergiet is mijn favoriet.
Mijn favoriete instrument is mijn eigen tent.
Ik wandel graag met mijn knieën.
Plots hebben zij ideeën uit mijn broekspijpen geschud,
groot als ronde tenten.
Ik filter ze zachtjes
boven het volgende opborrelend uurtje,
en kom uiteindelijk erop uit
dat de gedachten die ik wou gaan slachten
slechts keutels waren.
Mijn interesses
waren uit het verkeerde been geschud vanmorgend.
Morgen slaap ik aan haar linkerborst.
Wat ik verzameld heb tot hiertoe
was wel zeer favoriet,
maar passen in mijn glimlach deed het even niet.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : My favorite things).
De spanning van een ketel van vuur dat wordt water.
De spanning van een ketel,
met geen plaats voor instantsoep of theebuitels
buitte mijn aandacht uit in een buitelende duizelingwekkende aandacht.
Vuur dat water geworden was binnen een kortste tijd
deed mirakuleuze bronnen ontspringen van spanning, in de ketel.
Theebuitels sliepen in en instantsoepzakjes waren over datum
terwijl de ketel binnen de kortste keren spektakulaire of woorden waar ik niet kan op komen met -euze vanachter transformeerde, plombeerde of woorden waar ik niet kan opkomen met -eerde vanachter,
in ook weer iets met -air vanachter als besluit.
Als resultaat een teut uit de tuit.
Dat sloeg me even tegen.
Het kon dingdong gewezen zijn
of klop klop hier is het zwijn.
Geen betere wijn op korte tijd van een goed jaar wil ik zeggen.
Slechts tuut tuut hier vertrekt de trein.
De spanning in de ketel liet zich ook niet meer kennen door die ingebouwde klokverklikker
van het kookuurtje met gezellige thee en instantsoep met tantes en nonkels en neefjes en nichtjes en nog zo een van mijn stomme gedichtjes,n omdat de ketel van spanning ook in zijn schijn niet veel naar woorden in mijn teksten ging zijn, dan dat ze maar klaar was voor nog een suikerklontje erbij en een geslurp van aandachtigen.
Dit is de pijn van het zijn.
De ketel had ik nog ooit gekregen van een non die vriendelijk was zolang ik haar moraal bevestigde. Vandaar misschien die spanning van korte duur.
De hemel heeft een keuze uit verschillende welriekende dreven.
Allen wachtten ze met spanning om wat gaat gebeuren.
De rook die uit de hemel komt is natuurlijk slechts water dat snel uit het vuur getransformeerd was en andere dingen met ook -eerd vanachter.
Het was rook die uitmonde in thee- en instantsoepgesprekken.
Laat mij liefst uit dit verloren spanningsveld maar al opvoorhand vertrekken.
Spanningen in ketels voor instantsoepen en theebuitels hebben toch nooit iets anders van zin dan dat ze op het einde zeggen : teut teut, kom schenk mij in.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Metro Stomp).
(Waarom depressieven geen lieven kunnen dieven).
Ik was depressief en had geen lief ;
depressief was ook sief en niet lief.
Toen werd ik goed gezind, een kind, een padvinder en een aaneenbinder,
en daar stond ze reeds voor mijn tenen te bidden.
Ik krulde ze, de tenen dan, rap een beetje kleiner, en zei staat u maar op : mijn poëziealbum.
Maar ze heeft mijn voorstel vertrapt.
Ik was iets te rap om een eeuwige foto te willen om mijn lelijke schouw te verbergen.
Eerst nog een pijpje roken, dat wil zeggen gezellig wezen.
Met tabak bouwt men nestjes, dacht ik.
Toen werd ik prettig gestoord, prettig gezind en pret met de autopet kwam er ook nog aangezet.
Maar daar rijmde iets te nadrukkelijk ook nog op bed, en aangezien dit een caféetje was gebeurde er toch nog niets, behalve een tweede en een derde glas.
Ik was depressief en had geen lief.
Depressief was ook sief en niet lief.
Toen werd ik vriendelijk, bevindelijk en beschikkelijk.
En toen, ja, dan kwamen plots die vriendinnen voor de pinnen,
met goed gezind, een kind, een padvinder, een aaneenbinder, een poëziealbum, een pijpje.. (...),
en dan kwam prettig gestoord, prettig gezind en de pret met de autopet er nog aan gezet.
Ik dacht ik heb het gevonden, of neen nog beter : ik heb een lief gevonden,
maar toen ik ze goed bekeek zag ik : ze was wat bleek. Eigelijk was ze al even depressief. En depressief, dat was ook sief en dus toch geen lief.
Ik troostte zoveel ik kon met liefde, schat en honnepon. Maar toen dat verhaaltje uit was rijmde dat alleen maar op fluit, waar ik nu zelf op moest blazen.
Het betoverende melodieen, en dát woord begon wel met bed.
In dat bed kon ik het beste dromen van goed gezind, een kind, een padvinder, een aaneenbinder, mijn poëziealbum, en daar kon ik een gezellig pijpje roken, daar was ik alleen door pret gestoord, en dit maakte mij ook goed gezind.
Ik heb wel geen auto, maar op mijn hoofd wel een autopet.
Toen belde een goede vriend. (Bart). We hadden het over koeien en kalven en de oude tijd, toen het weer tijd werd om op te staan en een beetje lief te blijven zijn, want voor de meeste meisjes was dit bij mij waarschijnlijk nog maar een beetje klein, en was ik maar een padvinder oftewel een zoeker, een beetje verward : een aaneenbinder, een warhoofd of een poëet, en wat kan een poeziealbum proleten brengen, hij kan zijn pijpje zelf wel roken, het gestoorde maakt het wel een beetje prettig, maar dat trekt natuurlijk nog niet de gezelligste momenten aan.
En ik, een beetje ontdaan, vond de volgorde en veranderingen van alle woorden waaraan ieder zijn betekenis of veeleer beperkingen aan ging geven eigenlijk eventjes wel een beetje amusant,
want ik was nu een en al beweging. Ik begon van depressief tot lief te wezen, maar omdat eerste veel te langzaam was ben ik dat toch maar niet te lang geweest, want depressief, dat is sief en dat wat niet bestaat, wil ook niemand hebben.
Ik sprong toen in het bestaan, maar daarmee was deze tekst wel gedaan.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Scottish Shuffle).
De lekkernij.
Ik heb nu een gebaar van een land dat u zinnen verlamt.
Ik zou mijn tong zo uit mijn mond kunnen steken
dat u bij uw volgende blik in de mayonaisepot zult verbleken.
Ik zou u een hand kunnen geven zoals men een vislijn ophaalt,
maar ik wil uiteraard niet van uw verwarring profiteren
om ongemakken uit te wisselen.
Ik ben liever de tovenaar van het groots gebaar,
dat plots het kleinste geluk gewaar wordt, dat het ook waar wordt.
Ik kan dat alleen op uw bord, of met uw bord :
Hier is uw vliegende vis van een rijk land.
De mayonaise is haar schoudersteun van een tropisch strand.
Voor u wordt zelfs kurrieworst met mayonaise de nieuwste mode aan de wand.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Fluorescent showboat to Tangier).
(Een gedicht voor de professionele barkeeper).
Dit is de machine, de turbine,
de aubergine, de manderine.
Dit is de mixer, ik ben de fixer.
Schud de ballen, zonder vallen,
Pak manderijnen, liefst nog kleine,
een beetje platter, maakt niet zatter,
in de beker, zij maar zeker,
schud de schaker, maar geen weken,
laat eruit vloeien, gelijk de koeien,
drinkt maar op, ‘t zit in uwe kop.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Brittle People).
2x te lezen misschien, “allez, nog ne keer...”
Een lichaam zonder vlees
is als een croque monsieur zonder kaas.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Dying inside).
-(mag ook 2 keer gelezen worden)-
Over het tuinkaboutritme en de bazarwinkelkarretjesmuziek.
Die man wandelt in zijn tuin op het ritme van zijn plastieken tuinkabouters.
En die man die ik was rolt het liefst over de gekuiste vloer in de bazar op het ritme van mijn inkoopwagentje.
Nu was ik laatst teleurgesteld. Vroeger kon men ermee schuifelen. Maar sinds de jaren negentig hebben inkoopwagentjes remmen. Men moet hard duwen op het stuur om het vooruit te krijgen. Ik mis versnellingsbakken. Ik mis plezier en ritme en de eigen muziek bij het winkelen. We krijgen er geremde gezichten door, of hadden me die daarvoor nog niet opgevallen ? Mensen met weinig tijd en vreugde en veel remmen herken ik in het nieuwe bazarwinkelwagentje.
De man uit de tuin met de plastieken tuinkabouter liep sneller op straat naar de bus.
Toch kon ik in zijn ritme een rij tuinkabouters zien die hem volgden. Het bracht mij meer plezier dan winkelen. Het bracht mij meer plezier dan zijn tuin. Daar liep de man immers veel te gepast op het ritme van zijn tuinkabouters. Ik zou graag in de bazar met mijn winkelkarretje wandelen als tuinkabouters maar ik kom slechts tot plastiek.
Nu hang ik met heel mijn druk op het stuur van het bazarwinkelwagentje. Zo kan ik iets vlotter rijden. Mijn benen spartelen er een beetje achteraan. Het plezier is gebonden aan een fictieve luchtballon.
Onderweg pik ik de benodigdheden uit de rekken. Ik laat af en toe wat zandzakjes vallen en blaas af en toe wat lucht. Het is niet zo prettig vanuit de hoogte te winkelen. De dingen lijken iets verderaf.
Het lijkt alsof ik hier reeds in internet surf en mijn aankoop kies door een druk op de knop los te laten en te wijzen, terecht te wijzen wat ik moet hebben.
“Ik zou dat willen hebben” hoor ik de klein mannen zeggen.
In mijn tijd wou ik spelen en met winkelwagentjes als muziek rondbewegen. Veilig vanuit mijn luchtballon bekijk ik dat allemaal. Ik vraag me af waar ik nog in kabouters mag geloven.
Een oude dame leunt met heel haar gewicht op het winkelwagentjestuur. Ze wipt vooruit als een pasenkonijn. In paaskonijnen wil ik geloven.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : Kymbolton Gnome Song).
Per ongeluk een orakel in het bad.
Ik schuim de badrand af.
Afgronden, sneeuwbergen, en dinosouruswateren laten het monster uit de diepte herrijzen, groots als bergen verzetten.
Het douchegordijn krijgt bij mij andere betekenissen dan die men eraan gegeven heeft in de jaren 50.
Het douchegordijn is Avalon waar wezens uit de niet-tijd leven. Zij omschermden het monster. Het komt niet tot leven.
Mijn knie wordt de brug in China, dus niet alleen maar muren daar zoals in het echt, muren die men bouwde om mensen het land binnen te houden.
Een knie en twee mensen praten over het lot van de wereld. Ik ben in een orakelgebied beland. Ik moet alleen proberen te horen wat beiden zeggen.
Ik hoop dat juist nu moeder niet mijn rug wil komen wassen of weer iets nodig heeft.
Een washandje houdt lucht vast en als het zinkt laat het boebels schuim los. Het lot van de wereld broebelt rond China en niet in China, dat had men van Nostradamus verkeerd geïnterpreteerd, dacht ik. Die mensen van het halfoosten beslissen over het lot van miljoenen mensen, maar niet over miljarden omdat die door Nostradamusverhalen zijn afgeschermd, dacht ik.
Een draak komt uit het Oosten, en een slang. Aan het water broeit de bom. De zee staat op een herwaardering toe, niet in voedsel, maar in het redden wat er nog te redden valt.
Gigantische ijsbergen hebben minder betekenis dan men denkt. Men vaart met bootjes, maar sommige boten zijn afgronden voor het water. Zulke bergen, zulke ijskoude bergen zinken in zee en maken de randen onleefbaar. Ook vogelrassen sterven uit, maar men kijkt alleen naar de visstand en meet zijn rampen daarop veel te laat.
Die witte sneeuw komt niet van bommen. Boten zijn ook bommen,
en hun regen is juist niet meer zo drinkbaar als vroeger. Zij verspreidt het schuim naar overal.
Twee leiders in een brug naar China beslissen onopvallend over het lot van miljoenen mensen.
Via de zee wordt eigenlijk de grootste ramp ooit voorbereid, nu, nu begin 2000.
Dit is een visioen, en dit is geen orakel. De zee wordt voedingsbodem van meer dan dat.
We zullen ander voedsel moeten gaan exploiteren, nieuw herstellend voedsel. Het schuim van de zee zal binnen de korste keren immers minder leefbaar worden.
Een kleine jongen in het bad ziet het lot van het grote meer. Hij speelt niet meer het grote monster.
Hij speelt sinterklaas met schuim op zijn gezicht voor even. Voor hem is hij misschien een oudere man, maar wel met veel broers. Een vertelseltje dat zich elk jaar heel even herhaalt en waaraan men participeert, terwijl dat korte moment in badschuim, dat over een langere periode van de mensheid gaat hem minder plezier verschaft. Dat kleine kind was ik. Ik ben getraind om elk beeld te vergeten dat kort daarop gebeurt. Het schuimt dat valt in plezier is slechts tijdelijk, en is slechts een beeld.
Het ene duurt langer dan het andere of heeft langer een betekenis. Een schuimen baard is voor het beeld van een oude man die even komt als we hem even gebruiken.
Voor het beeld van de zee heb ik nog geen kracht genoeg om het anders voor te kunnen stellen, ook al zijn er omwegen genoeg om elke verwittiging te onderscheppen.
Nostradamusmuren en Avalonmuren zijn er immers wel gebouwd. We bekommeren ons maar weinig over de trukjes van de graancirkelringen, maar ergens had dat kleine jongetje die beeldvorming nog niet genoeg omgebouwd, en zeker niet in verband met dat grote meer en die brug.
Telkens wordt het badwater weggespoeld, kleeft de baard zoals elk jaar niet meer, maar sommige feiten veranderen slechts als je er betere waarden aan geeft.
Spijtig is er met sommige mensen niet te spreken omdat er voor hen slechts één visie telt.
Omwille van het onveranderbare vanuit 1 persoon noemt men hen daarom anti-Christen.
Een beeld uit de kindertijd kon ik niet veranderen. Het beeld van het grote meer en van de brug naar China. Ik ken nog altijd geen waarden die dat doorbreken. Voor de rest helpt mijn schudden van sneeuw uit mijn haren noch uw, noch mijn preken, en verandert dat beeld nog niet of kan ik het nog niet van zicht doen veranderen.
Eén beeld kan een open mens op de juiste plaats reeds doen veranderen.
Eén beeld houdt sommige mensen hopeloos op hun plaats.
Alleen het beeld van het grote meer en van de brug naar China kan ik nog niet veranderen.
Voor slechts een paar anderen kan een kerstbaard sneeuwen door schuim. Het schuim dat van de zee zal veranderen kan men niet meer anders maken.
Maar de Avalon- en de Nostradamusmuren kan men echter wel nog opentrekken. Het grote monster zal daar niet meer kunnen oprijzen. Het wereldbeeld wacht op deze grote figuur, die geen mens is maar een beeld. Dat houdt die vrede in achter dit beeld. En alleen binnen die Avalon- of de Nostradamusmuren heeft het een zeker nut of mogelijkheid om die glimlach tijdens het sneeuwen van een baard, telkens wij het nodig hebben.
Schuimwit van tandengelach krijg ik alleen bij elk klein herstellend moment binnen het uitzichzelf brengend en opbrengend wereldbeeld.
13 jan. 2000 (bij Renaldo & The Loaf : The Bathroom song).
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bonuspagina’s :
inspiratie bij de muziek van The Residents
(gemaakt enkele jaren geleden bij een radioprogramma over The Residents)
PS. Renaldo & The Loaf zijn in feite een acoustische inspiratie gebaseerd op The Residents
1.
Baby Sex.
Sex met babies doe je zonder je geslachtsdelen.
Je knuffelt alleen maar met de teddybeer erbij.
Je hoeft niet in een luier te zitten, neen je mag zelfs niet krap zitten.
Alles moet bewegen en vloeien om alle spieren even rap te laten vallen.
Sex met babies moet even slap zijn.
Als een stijve hark ben je verkeerd,
en kun je je niet plooibaar genoeg richten.
Sex van babies is nooit pervers want zij blijven nergens hangen.
Ikzelf heb geen luiers om en ik heb een beweeglijke rug.
Sex met babies heeft niets met een volwassene vandoen,
want dat zou meer alleen op het niveau van de teddybeer zelf werken.
Sex met babies is zo sexueel als de baby zelf en het is even weinig belangrijk als de rest.
Het is alleen maar 1 vlotte ongebonden beweging. Het is zelfs volledige vrijheid om te bewegen.
Sex van babies is eigenlijk alleen maar één vlotte beweging.
Alles wat eigenlijk maar één seconde blijft stoppen verliest reeds die onschuld,
want op elk stopmoment wordt het leerproces van de toekomstige volwassene aangeraakt.
Sex van babies is oneindig. Voor concreet te worden moet men dit leerproces eigenlijk zeer sterk beschermen, en voor het kind zelf houden, want, ik zei het al, tegenstrijdig genoeg komt de sex van een volwassenene volledig voort uit zijn leerproces, en uit de ondervinding van zijn eigen lichaamswaarden, en dat is reeds een totaal andere wereld.
20 juli 1997. gemaakt bij The Residents : Baby Sex.
2.
Ik ben een stoned kleuter en blow zand uit de zandbak.
Onze piano was een valse piano omdat ze onder pap, verf en troebel water had gestaan.
Onder de bruine piano stond een pint met beschuimde, gele limonade en een suikerklontje.
Een paar slokken en ge ziet een speelplaats vol kleuterkreeften.
Elke noot op mijn klokkespel is een flikkerlichtje voor mijn oog.
Ik zou moeten slapen maar ik kan niet want het lichtje is kapot en dan wil ik het niet.
Een tiener met tieten is de slechte juf en zij ziet me niet zitten
en ik ben een stoned kleuter en ik blow al het zand in mijn bereik.
18-20 juli 1997. gemaakt bij The Residents : Numb Erone.
een oorspronkelijke tekst van Bart Van Peer,
maar dan wel een beetje gefilterd en lichtjes aangepast aan mijn goesting.
Met het koor op de achtergrond in de wachtzaal
besterf ik het van de dorst en van ongeduld.
De pianobar voedt mijn keelchakra.
Ook perzikken zijn er goed voor.
Met tekenfilms op de achtergrond
wordt mijn leegte met iets leeg opgevuld
zodat mijn aandacht geen aandacht meer kan geven.
Behangpapier dat onhandig goedkoop is stoort mijn gehoor.
Terug bij het parochiekoor.
Er is geen vlees op mijn teloor
maar mijn stoelgang is toch ok.
Mijn keelchakra wordt gevoed
en ook perzikken zijn goed.
20 juli 1997. gemaakt bij “Meat The Residents”, Rest Aria.
4.
Hitler Hitst zich op op zijn wortel
met zijn Bunny naast zijn zij.
Een collectieve massamoord
is een trein
waarin je mee kunt gaan of niet.
Rochende Rollende akkoorden
in das Reich van de verbeelding.
Hoe idijoot je ook mag wezen
mag het er wezen
als een wezen.
Men weze gewaarschuwd !
Lieve mensen, In deze oorlog
van Hits,
hitst degene die het controleert zich
zeer sterk op zijn wortels.
Hij knauwt ze niet goed. Ze
verteren veel te snel maar weet je wel
waar deze vandaan komen ?
van een ergernis uit een idiote verveling bijvoorbeeld.
Toch een creatieve verbeelding dus.
Waajn Waajn, vliegtuig je valt
over zijn bommen
die hij neerwerpt en nieuwe sterren op de
aarde worden geboren.
Onze plantaardigheid van dit dierenrijk komt daaruit voort.
Poppie Joppie Joepie Poepie
Billenkletsers bij de vleet.
en Adolf geeft ze..
17 juli 1997. gemaakt bij The Residents : Third Reich’n Roll. (406-708).
5.
Hou het kort.
Onder mijn haar ben ik kaal.
Ik houd alles wat ik heb in een staart.
Trek niet aan mijn staart
want ik heb ook nog een baard.
Reus daar maar in, in mijn bescherming.
Ik wil gerust voor ik lach
mijn tanden nog eens poetsen.
17 juli 1997. Bij The Residents Commercial Album (en vooral bij “Loneliness”).
6.
Scherp mijn leven er maar terug in.
De kast is groter dan zijn deur. Laat me er doorgaan.
Ik wil door deze banden van de wagen rollen.
Ik wil door de poten van de krokodil kruipen, en door die muil wil ik u gezicht dan zien.
Ik wil poteren aan de tafel met jou,
maar niet wil ik stilzitten, en mezelf niet zien bewegen.
Daarom ga ik vandaag gewoon overdrijvertje doen, omdat dat gewoon niet kan overdrinken
maar alle ongewenstheden inslikt, uitspuwt of weggooit, maar niet meer zich laat tegenhouden.
Ik ben in het gezicht van de krokodil de gapende mond van kijken en niets meer.
Ik ben voor de wielen van de wagen een berijder van dezelfde weg
en daarin ben ik even aanwezig met mijn doel en mijn poedel.
17 juli 1997. gemaakt bij The Residents : Part 4 of the Mole Trilogy. 602-614,-940 ( Hop a Little).
7.
I.
De kaka van visjes is veel langer.
Langs de andere kant doen zij geen pipi
want zij hebben nooit dorst
en ze drinken dus ook nooit.
Visjes zien er anders eerder wel uit als een grote blaas.
Zij ademen met water.
Gelukkig zijn hun voeten nooit nat
want ze hebben er geen.
Ze zijn wel vinnig met wat ze wel hebben.
Maar toch vind ik het raar dat hun kaka soms wel lang blijft hangen.
17 juli 1997. Bij The Residents : Part 4 of the Mole Trilogy. (1040-1415).
PS. Nog voor ik de tekst af had kreeg ik telefoon.
Na het telefoongesprek schreef ik nog het volgende, dat misschien iets minder met de muziek te maken heeft, of toch :
II.
Als je aan mijn staart trekt
laat ik mijn horens zien,
maar als je over mijn kopje aait
kriebelen mijn vleugels.
Natuurlijk, als ik boos ben heeft alles een staartje.
Als ik alleen maar ongelukkig zou wezen
zou je immers mijn bolletje zien
waarover je kan ruisen.
Oh wat een gekriebel dat ik dan in humor kan leggen.
Cynisme wordt er dan (pas) platgelegd.
17 juli 1997.
8.
Ik wil niet komen als gij het zegt !
Ik wil niet blijven plakken als gij het zegt !
Ik wil willen met pillen !
Ik wil aan mijn trekken komen !
Ik wil aan uw lijf blijven plakken
en nog eventjes in een donker gaatje doorzakken deze avond..
Geef mij de buik met bier
en water en wijn.
Ik wil niet vliegen daar waar uw lucht gaat vervliegen
en waar deze uitaseming mij afstoot, neen,
ik blijf in uw schoot met al dat geploeter.
Hier is zelfs het gevaar veilig dichtbij.
Pres mij niet uit alsof ik een appelsien ben
waarvan je de rest niet wilt,
waarvan je het mooiste ervan zelfs zijn zicht nog verspilt.
Neen, geef mij nog even die tijd dat ik in je roes nog nederglijdt
en ik nog mag genieten van gelijk wat.
17 juli 1997. Bij Renaldo & The Loaf : Boule !
(Ik had de titel wel verkeerd verstaan, maar dat doet er niet toe.
Ik herkende hier een boeleke dat niet wou komen en associeerde ook nog sex van iemand die dicht bij de baarmoeder wou blijven).
Alle teksten Copyrights : Gerald Johan Van Waes 2004.