HET WIT IN HET HART
Inleiding :
We zijn meer dan een jaar verder nu. Ik ben verschoten van de onvergefelijkheid van de mensen. Terwijl ik de grond van alles heb kunnen herstellen, blijft er bijna niemand nog over.
Maar zij die onvergefelijk zijn hebben hun zwakheden en fouten nog steeds. Ik deed schijnbaar vergissingen, terwijl ik iets trachtte op te lossen, puur met hoe ik was, in iets onaangepast, terwijl ik het leek die onaangepast was. De situaties die dat met zich meebracht, brachten de chaos van dat alles naar boven, maar maakte zich ook gereed om te veranderen, en de grond te zuiveren. Slechts een aantal oudere mensen, die in feite niet lang meer te leven hebben, kunnen goed inschatten met wat voor soort initiatief en motieven iemand (als ik, als gelijk wie) zich op de wereld richt. Het is even geleden voor ik iets heb geschreven. Ook daar is er zelden iets begrepen. Ik richt me niet meer op die mensen die alleen wat ze verwachten binnen hun egen ambities kunnen zien. Het is wat het is, alles zit erin. Alles heeft betekenis.
2008-1-13
De spreeuw spreekt met wit in het hart.
De winter heeft alle kleuren,
maar de mensen zijn 'blue'/"blauw",
niet van de kou, maar van grijs,
Ze zien het zwart.
En ik, met wit in het hart,
niet hard en koud als ijs,
kan alleen maar die verhalen vertellen
die men niet wil horen.
'Jou hart is koud als ijs,'
"Onaangepast", is het dan.
Ik heb een witte plek op het hart
en het is geen ijs, het breekt ;
maar het breekt niet het ijs
van hun winter.
Het is winter,
en die heeft alle kleuren,
die ik wil vertellen in alle kleuren,
alle kleuren aan blauw en grijs.
Maar het bleekt hun ijs,
en schept het ijs,
breekt het patroon,
en ziet mijn lijn van pijn.
Het wit in't hart hoort niet,
bekoort ook niet.
Het heeft de kleuren die branden,
vervelend vlammen,
opvlammen, opflakkeren in mijn
alles behalve winterhart.
"Blijf weg, kleine pendelaar,
priemer en snelverdiener.
Blijf weg jij, we moeten je niet."
In blauw en grijs, ijs smeult.
Ik heb wit in't hart.
Het is zuiver, maar niet op zijn plaats.
Geen idee hoe het daar beland is
zonder hun misplaatsingen en vervormingen ;
-(ik ben niet altijd duidelijk in mijn vormen)-.
Wat is dit wit
zonder hun misvormingen van mijn vormen.
De winter in de stad kent vele kleuren.
Ik spreek eerder dan de lente.
De spreeuw heeft nog geen kleuren,
geen kleuren van de zonnesnee.
Teveel spreeuwewoorden zijn zwart in de lucht.
De meeste hebben angst in de winter,
de winter van vele kleuren.
De lucht heeft bijna geen blauw,
(en) het grijs krijgt geen kans,
en toch vereenzelvigt men zich daarmee.
Mijn winterkijk reflecteert wat er niet is, zacht en wit :
het verzachtende van omstandigheden in erge koude.
Men zoekt het grijs van centrale verwarmingen.
Mijn licht is misplaatst,
een ijzige pijn in het hart,
(want) het miste zijn context,
als een spreeuw met al zijn kleuren.
Als er te veel spreeuwen zijn wordt het zwart
en wordt men angstig.
Mijn wit tapijt was zacht.
Nu, cynisch hart lacht
met de eerste kleuren van de winter,
maar het grijs vervaagt niet,
verdraagt niet,
het is in feite een zelfvoldaan*
terugtrekken in groep, in huizen,
in nagemaakte warmte ;
men is hard als grijs,
en maakt van mijn verzachtende sneeuw
in het hart gebroken ijs.
De spreeuw is stil, zoekt voedsel,
de dood nabij in alle hoeken.
8 jan 2008
(geschreven tijdens Mountain Home : "The Sparrow")
* ik kon dit woord niet goed meer lezen. Het leek wel "zelfdzaam" dat er stond ;
ik denk dat zelfgenoegzaam ook wel kan.
Parels op de aarde.
Kleine druppels parels
op het voorhoofd,
dauw van werk periliseert tot parels.
Druppels in slijk kristaliseren
tot zilver, lood of zink,
drijft tot het zinkt, bezinkt,
zingt tot schittering.
In deze grond zit iets van waarde
of vervuiling, het is moeilijk te zeggen.
Iedereen presteert, en prest er zijn zweet uit
tot het de aarde bereikt
en het ze steriliseert,
experimentaalbokalen vol verhalen.
Mijn woorden verzamelt voor jou
parelen op voorwaarde van zijn zijn.
Je komt ze tegen als vuil
in slijkwateren, in geploeter.
En ik ploeter veel,
ik ben een pruttelaar, een wriemelaar,
een slijkvisser,
tot er plots te voorschijn
vissen komen zien, vanzelf
in het licht van mijn aanschijn.
Kleine druppels parels
op het voorhoofd ;
dauw van werk periliseert tot parels.
Je ziet ze blinken
want je kunt er niet naastzien.
Afval of waarde, dat zie je niet
als je hier niet gewerkt hebt
of (dat) werk gewoon bent.
Jij, bent een slijkdrager en smossser.
Jij bent een slijksmijter en brosser,
een snelle krosser.
Wat jij maakt is maar bijzaak ;
maar ook de hoofdzaak is brak ijzer
voor wie geen smid is.
Ik ben op zoek naar de smid.
De smaat heb ik al op mij gedragen.
De smaat van het smijten met woorden
van de snelle prutteraar ken ik ook,
(van) de verfrommelaar;
terwijl, de zeveraar (dat) ben ik :
met parels die druppelen
uit kleine druppels cynisch gezwets.
Is het zilver, is het goud, is het diamant ?
Ik spreek of preek niet voor de dieven.
Toch ben ik aan het spreken voor hen die niet verstaan,
en die straks weggaan
met duidelijke voetstappen van slijk.
8 jan 2008
(geschreven tijdens The Seventh Dawn : "Earth's Lullaby")
De kleine ziel komt los.
De kleine ziel komt los,
zit vast tussen de bomen.
De hel is boven, de hemel beneden.
Het standpunt is verkeerd.
Hij kijkt naar beneden
met zijn voeten in de hel,
de hel van 7 dagen.
7 dagen stappen. 40 dagen vasten.
Het maakt niet uit.
De kleine ziel is verlost,
verlost in het meer van de diepte.
De ziel is ontsnapt
in de diepte van de hel of de hemel,
wat maakt het uit.
De ziel ontsnapt.
Hij kent geen reden.
De reden dat iedereen hem
hier wou houden
is niet meer van tel.
Hij zit daar beneden
in zijn eigen vuur te teren.
Het brengt hem waar hij wil zijn ;
hij komt er niemand tegen.
Het is de hel, het is de hemel,
wat kan het hem schelen,
want hij is ontsnapt en vrij.
Hij komt zichzelf nog tegen
in de hemel of de hel,
het is hem om het even.
Hij is vrij, de kleine ziel is vrij.
8 jan 2008
(geschreven tijdens Fern Knight : "Murder of Crows")
Witte sneeuw woorden.
Vlekken vallen uit de hemel
als stemmen die sneeuw worden,
vlokken genaamd,
kerstvlokken muziek en tonen
dwarrelen naar beneden, deinend, donzig, dik.
Mijn woorden zijn zwanger van hun gewicht,
en zij dwarrelen van ieders gezicht,
(in een) gedichtvorm, dicht opeen gekoekt,
koekjes van ieders wat wil en wat lekkers.*
Dichte mist houdt hun aantal niet tegen.
Zij dwarrelen naar beneden,
en bedekken de vloer die ooit slijk was,
of zand of stenen en asfalt.
De koelte is gered met koelte,
dwarrelende zachte,
een nieuw doel om bijeen te vegen
en te compacten tot gehelen.
Ze zijn met velen, zijn uit de hemelen die tot ons nederdalen.
Vlokken, vlekken die samengevoegd worden
tot gehelen, bedekkende inzichten,
zich verder richtende dan zij die apart maken,
(dan) koude in stenen en asfalten,
die slechts dat maken wat herkenbaar is.
Dit bedekt al dat gekende met een vlaag van wit,
geen gal, geen maagzuur, maar (als)
dat wat recht uit het hart gestuurd is,
valt hier om licht te brengen, wit licht, extra zonlicht,
dat beschermt het andere zicht op donkerte.**
Met velen gaan zij de donkerte stegen tegen.
Zij reflecteren dat wat mag gezien worden,
maagdelijk fris en deugdelijk.
Kleine woorden tegen de Finsternis (=de filterdunne duisternis).
Zij die kleuren verwierpen,
de verscheidenheid van meningen,
de waarheid, (en) het waardige falen,
zij die de persoonlijke mening kozen
ten koste van verscheidenheid zijn nu
met een hoeveelheid van eenheid verworpen,
en daar is zelfs hun verbaasdheid bij weggenomen.
Zij die niets zeggen, maar wit stralen,
die teveel of te weinig zeggen,
al die kleine witte stenen lossen nu op in zege.
"Sneeuw, veel beter dan regen."
Het is de stem van de zon die doorkomt,
boven de reflectie van de beperkingen,
in de duisternis.
Dit smelt mijn hart weer in eenheid,
(in) eenheid met het geheel, in stilte, in wit,
in zwijgzaam wit.
8 jan 2008
(geschreven tijdens Fern Knight : "Murder of Crows"en volgende track)
*(= korte versie van "koekjes van ieder deeg, voor ieder wat wils en wat lekkers")
**(=also ook dat wat anderen richt op donkerte).
Wat grijs is in de stad en zijn mensen.
Het grijs van de straat
en al die met elkaar verwarbare gezichten
geven de wirwar weer waar alles mee gegroeid is,
de doodlopende stegen en alle uitwegen,
het gebrek aan rustpunten,
tenzij binnensmuurs en zonder buren, liefst,
is de zeg hierin groot en eenzaam,
plaatsconsummerend, vervuilend
met stem en woord en muziek en communicatieve stralingen,
van grijs en mist, GSM, radio, TV : zij stralen er op los,
(zij) leven er op los, achter 4 gesloten muren van de enigste rust
in die scheefgegroeide onafhankelijkheden.
Draai jezelf erdoor zo vlug mogelijk.
Een ander gezicht, een andere straat,
een andere bocht, het beweegt allemaal,
en alles staat verder stil verder te vervormen,
te vergroeien, te vervuilen met haar
scheefgegroeide richtingen.
De chaos is de natuur ;
onze chaos is de natuur geworden.
Steen en grijs en achter muren
het overschot van culturen
als uitstralingen van afval.
In dit grijs leven wij, leef ik
en overleef ook jij mij.
Want ik verdwijn niet zo snel uit het hoofd,
uit het zicht, uit het hart,
want mijn hart klopt nog
met eerste bos, de eerste beek,
de eerste vogel, het eerste kleine dier,
de eerste rooftocht van een ander dier,
de jacht van de eerste jager, de vruchtenplukker,
de eerste huisvesting, de eerste buur,
de eerste oorlog, de eerste organisatie,
de eerste vlucht, de eerste opsluiting,
en de eerste vrijheid,
terwijl alle muren nog overeind staan.
De jacht is verplaatst,
de vruchten worden door een ander geplukt,
de vogels en dieren zijn gevlucht.
We zijn hier in het grijs van verloren schatten gaan zitten,
(en) blijven overleven.
Als we stappen zijn we niet de jager,
niet de oorlogvoerder,
niet de vluchter,
maar de afval van dat allemaal.
En terwijl ik naar jou kijk,
een schim,
schimp je op mij met je blik
omdat je ziet de jager, het dier, de plant, de vruchtenplukker,
de vluchter, de oorlogsvoerder, de murenbouwer,
en geef je me de schuld van dat alles.
Het ga je goed. Ik ben niet grijs.
8 jan 2008
(geschreven tijdens Fern Knight : "Marble Grey")
Het gebroken hart.
(aan J.)
Het ene hart is het andere niet.
Terwijl ik het ene verliet
viel het andere in het verschiet
en het andere in verdriet, dat was niet teniet.
Het hart dat bloeit en herstelt op zijn weg
kan niet zomaar weggegooid worden ; (want) ik trap niet.
Maar ik heb op de trede gestaan waar
ik in de gelegenheid het hart stal, veel te veel
voor niet, ik moet bekopen.
Jij bleef verkocht, verknepen.
Ik was de dief van onrechtmatigheden,
in feite onregelmatigheden.
Ik was de polspulsering anders nog niet kwijt.
Ik zag je ogen van ver, (als) de sleutels van de ziel zegt men.
Het oog heb ik niet kunnen toeknijpen.
Het hart zit er mee.
Wat bezielde me zo onmiddelijk
weg te gaan bij het gebrek aan pols en armslag.
ik heb mezelf verarmt door dat te doen.
Een slag van de molen en het hek van de dam.
Nu ben ik verlamd geslagen, verwond,
en niet geslaagd druip ik af en zie ik
wat ik heb opgebouwd :
een gebroken hart, slechts 1, geen drie.
Het brak mijn ogen-vocht.
Ik had je nooit mogen verlaten.
Ik voel de pols, het hart en zie de ogen.
8 jan 2008
(geschreven tijdens Fern Knight : "Shingle Driver")
(- ook nog vaag met Antonioni's "La Notte" in het achterhoofd-
De film gaat over een koppel dat niet goed meer weet hoe elkaar te bereiken, terwijl de man uitwegen zoekt elders, met gevolgen die dat veroorzaakt voor allerlei mensen, die erin betrokken geraken.)
(te persoonlijk, niet voor te lezen, -niet echt literatuur-)
-----------------------------------------------------------------------------------
Copyright 2008 : Gerald Johan Van Waes
------------------------------------------------------------------------------------
De oases van de tijd,
En de spiralen van strijd.
Iedereen heeft zijn spiraal van tijd,
die zich neervlijt als zij af is.
Iedereen heeft zíjn tijd,
zijn strijd af te leveren.
De tijd snoeit en neemt strijd niet mee.
Hoe meer spiralen van strijd
hoe langere tijd zij* krijgen
voor zij kunnen neervlijen,
terwijl zij die de strijdbijl begraven en
zich in de tijdsloosheid laven
voor hun tijd gekomen is
zijn oases,
waar alles tot stilstand komt,
oases van inspiratie
om ergens to stilstand te komen.
10 jan 2008
(geschreven tijdens Kim Doo Soo : "Song of Pathless Time")
*=de mensen
-----------------------------------------------------------------------------------
Copyright 2008 : Gerald Johan Van Waes
------------------------------------------------------------------------------------